• Dutchbook huiswerk:👍
    Opdracht: Vragen stellen 4.
    Plaats jouw antwoorden hieronder:

    149 Comments
    • 1. Op welke bushalte kan ik het ziekenhuis vinden?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Welke bushalte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is ze?

    • 1. waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school ?
      3. Wanneer heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe boek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school ?
      3. Wanneer heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw boek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Op welk station moet ik naar het ziekenhuis uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school ?
      3. Wanneer heb je jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto? Kan ik die zien?
      6. Van waar ken je deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar is het ziekenhuis? Waar moet ik naar het ziekenhuis uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw? Hoe heet deze vrouw?

    • 1. Welke halte is naast het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is dat?

    • 1. Wat is de bushalte voor het ziekenhuis?
      2. Wanneer begint de school? / Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb je jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?/ Ken jij de vrouw?

    • 1. Waar kan ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is zij? / Weet jij haar?

    • 1. Waar stap ik uit voor het ziekenhuis?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw die jij begroet?

    • 1. Waar moet ik uitstappen om naar het ziekenhuis te gaan?
      2. Wanneer begint de school ?
      3. Wanneer heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van de nieuwe broek jij gekocht?
      5. Waar is je auto? ik wil het zien
      6. Zij is een mooie meisje. Ik ken haar niet. Hoe ken je haar?

    • 1.Welke bushalte moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2.Wanneer begint school?
      3.Welke datum is een afspraak met de dokter?
      4.Welke kleur is je nieuwe broek?
      5.Waar is je auto?
      6.Hoe ken je haar?

    • 1. Bij welk bushalte moet ik stoppen om naar het ziekenhuis te gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat kleur is jij nieuwe broek?
      5. Waar is jij auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heeft jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat deze auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen te gaan naar het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Welke datum mijn vriend heeft zijn afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Ken jij haar?

    • 1) Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2) Hoe laat begint de school?
      3) Op welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4) Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5) Waar is jouw auto?
      6) Wie is die vrouw

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met je dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen van de bus?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Wanneer is de afspraak van mijn vriend met de dokter?
      4. Wat kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die dame?

    • 1. Waar moet ik uitstappen?
      2. hoe laat begint de school?
      3. Welke datum heeft mijn vriend een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1) Welk station is in de buurt van het ziekenhuis? Waar moet ik uitstappen?
      2) Hoe laat begint de school?
      3) Op welke datum heb je de afspraak met de dokter?
      4) Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5) Op welke plek staat jouw auto? Waar staat jouw auto?
      6) Wie is deze vrouw?

    • Dutchbook huiswerk: Opdracht: Vragen stellen 4. ✍️
      1. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke dag heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1 Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2 Hoe laat begint de school?
      3 Op welke datum is jouw afspraak met de tandarts?
      4 Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5 In welke straat staat jouw auto?
      6 Wie is die vrouw?

    • 1- Waar moet ik uitstappen om naar het ziekenhuis te gaan?
      2- Hoe laat begint de school?
      3- Wanneer heb je de afspraak met de dokter?
      4- Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5- Waar staat jouw auto?
      6- Wie is die vrouw?

    • 1. Ik wil gaan naar het ziekenhuis. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze dame?

    • 1. Hallo, Ik ga naar het ziekenhuis. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb je jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is je nieuwe broek?
      5. Waar staat je auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner heb ik een afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik voor ziekenhuis uitstappen?

      2. Hoe laat begint de school?

      3. Wanneer is mijn afspraak ?

      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?

      5. Waar staat jouw nieuwe auto?

      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik voor het ziekenhuis uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe boek?
      5. Waar staat jouw nieuwe auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum is de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Welke straat staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen om naar het ziekenhuis te gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke dag is de afspraak met dokter van mijn vriend?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto? Mag ik het zien?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wat is de datum van jouw afspraak met de doktor?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is dat/dit meisje?

    • 1. Bij welke bushalte moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw lopen?

    • 1. waar moet ik uitstappen?
      2. wanneer begint de school?
      3 wanneer heb jij een afspraak met de dokter?
      4 wat voor kleur is jouw nieuwe broek?
      5 waar staat jouw auto?
      6 wie was die vrouw? Kun je ons voorstellen?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heeft u afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heeft min vriend de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is de nieuwe broek van mijn vriendin?
      5. Waar is de auto van mijn vriend?
      6. Wie is die vrouw begroetten?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto? Mag ik het zien?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner heb jij een afspraak met jouw dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Welke datum heb jij de afspraak?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar kan ik uitstappen voor het ziekenhuis
      2. Welke tijd de school begint
      3. Wanneer is je afspraak?
      4. Wat kleur is de nieuwe broek
      5. Waar is je auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar zal ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is je afspraak met de doktor?
      4. Welke kleur heeft je nieuwe broek?
      5. Waar is je auto?
      6. Wie is je vriend?

    • 1. Welke halte is ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wat is de datum van jouw afspraak?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1) Wat is de bushalte in de buurt van het ziekenhuis?

      2) Hoe laat begint de school?

      3) Wanneer heb je een doktersafspraak?

      4) Welke kleur heeft je nieuwe broek?

      5) Waar is uw auto?

      6) Wie is zij?

    • Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      Hoe laat begint de school?
      Welke datum heb u de afspraak?
      Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      Waar is jouw auto?
      Wie is jouw vriend?

    • 1. Waar moet ik voor het ziekenhuis uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw nieuwe auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Op welke bushalte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner is jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar is deze auto?
      6. Wie is haar?

    • 1. Bij welke bushalte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Welke datum is jouw afspraak met de dokter.
      4. Wat kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat deze auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Op welke bushalte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner is jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat deze auto?
      6. Wie is haar?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner heb ik een afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Op welke bushalte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kelur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Welke halte is voor het ziekenhuis?
      2. Wanneer begint school?
      3. Welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • Waar moet ik voor het ziekenhuis uitstappen?
      Hoe laat begint de school?
      Wanner is de afspraak met jouw dochter?
      Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      Waar staat jouw auto?
      Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint school?
      3. Wanneer heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Op welke bushalte is voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Welke datum heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Wat kleur is jouw nieuwe broek.
      5. Waar kun ik zie de auto?
      6. Wie is die mooie vrouw?

    • 1) Waar moet ik voor het ziekenhuis uitstappen?
      2) Hoe laat begint de school?
      3) Op welke dag heb jij jouw afspraak met de dokter?
      4) Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5) Waar staat jouw auto?
      6) Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afsrpaak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum heb jij jouw afspraak met de dokter?
      4. Welk kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar kun ik zie jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afsrpaak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto? Welke kleur is het?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heeft min vriend de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is de nieuwe broek van mijn vriendin?
      5. Waar is de auto van mijn vriend?
      6. Wie is die vrouw begroetten?

    • 1- Op welke bushalte is het ziekenhuis?
      2- Hoe laat begint de school?
      3- Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4- Welke kelur is jouw nieuwe broek?
      5- Waar is de auto van mijn vriend?
      6- Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik voor het ziekenhuis uitstappen?
      2. How laat begint de school?
      3. Wanner heeft jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar is het ziekenhuis?
      2. Op welke tijd begint de school?
      3. Op welke datum heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Hoe heet haar?

    • 1. Waar moet ik voor het ziekenhuis uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Bij welke halte moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is de afspraak van je dokter?
      4. Wat is de kleur van je nieuwe broek?
      5. Waar is je nieuwe auto?
      6. Hoe ken je haar/ Wie is ze?

    • 1. Waar moet ik voor het ziekenhuis uitstappen
      2. Hoe laat begint de school
      3. Op welke dag is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe boek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar stap ik uit voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heb jij jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is de vrouw? Ken jij de vrouw?

    • 1. Waar stap ik uit voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heb jij jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is de vrouw? Ken jij de vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen om naar het ziekenhuis te gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is de afspraak van jouw arts?
      4. Wat is de kleur van een nieuwe broek die je hebt gekocht?
      5. Waar is je auto? Ik wil het zien.
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar is het ziekenhuis?
      2.Op welke tijd begint de school?
      3. Op welke datum heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van een nieuwe broek die je hebt gekocht?
      5. Waar is je auto? Ik wil het zien?
      6. Hoe heet haar?

    • 1. Bij welke bushalte moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw niewe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is ze?

    • 1. Waar moet ik uitstappen? ¨
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb jij de afspraak?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw nieuwe auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek.
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw? Ken je haar?

    • 1. Je bent in een bus. Je gaat naar het ziekenhuis.
      Je wil weten waar je moet uitstappen.
      Waar is het busstation bij het ziekenhuis?
      2. Je kunt naar school.
      Je wil de tijd weten waarop de school begint.
      Hoe laat begint de school?
      3. Je vriend heeft een afspraak met de dokter.
      Je wil de datum weten.
      Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Je…Read More

    • 1 War moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2 Welke tijd begint de school? Wanneer begint de school?
      3 Wanneer is jouw afspraak met de dokter? Welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4 Welke kleur is jouw broek? Wat kleur is jouw broek?
      5 Waar staat jouw auto?
      6 Wie is deze vrouw?

    • 1. Op welk station moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer ga je naar de dokter?
      4. Welke kleur heeft je nieuwe broek?
      5. Waar is uw nieuwe auto?
      6. Wie is zij?

    • 1.Wat is de halte van het ziekenhuis?
      2.Welke dag en hoe laat begint de school?
      3.Welke dag en hoe laat ga je naar de dokter?
      4.Welke kleur is je nieuwe broek?
      5.Waar is je auto?
      6.Wie is deze vrouw en hoe ken je haar?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum heb je de doktersafspraak?
      4. Wat is de kleur van de nieuwe broek?
      5. Waar is je auto?
      6. Wat is haar naam?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3.Wanneer heb jij een afspraak met de dokter?
      4.Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5.Waar staat jouw auto?
      6.Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb jij jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school ?
      3. Wanneer heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Welke halte moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek? / Wat kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Welke dag heb ik een afspraak?
      4. Wat is de kleur van de nieuwe broek?
      5. Waar is de auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen als ik wil naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar sta jouw auto? Ik wil jouw auto zien.
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Welke datum is haar afspraak?
      4. Wat is jouw nieuwe broek kleur?
      5. Waar is je auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is je afspraak met de dokter?
      4. Wat kleur zijn je nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Welke datum is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is dit vrouw?

    • 1. Bij welke halte moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2.Wanneer begint de school ?
      3.Wanneer is mijn afspreek?
      4.Welke kleur is jou neieuwe broek?
      5.Waar is jou nieuwe auto?
      6.Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik voor het ziekenhuis uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is mijn afspraak?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heeft je een afspraak?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar staan jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Wat is de datum of jouw afspraak met de dokter?
      4. Wlke kleur is je nieuwe broek?
      5. Waar is je auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar is de bushalte van het ziekenhuis?

      2. Hoe laat begint de school?

      3. Wanneer is de afspraak van uw arts?

      4. Welke kleur is je nieuwe broek?

      5. Waar is uw auto?

      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Welke halte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint school?
      3. Wat is de datum van jouw arts afspraak?
      4. Welke kleur is je nieuwe broek?
      5. Waar is je auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het zienkhuis gaan?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Welke dag is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is ze?

    • 1. Waar moet ik uitstappen als ik naar het ziekenhuis wil gaan?
      2. Hoe laat begint de school elke dag?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto? Ik wil jouw auto zien.
      6. Wie is zij?

    • 1. Bij Welke bushalte moet ik uitstappen om het ziekenhuis te gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op Welke datum heb jij je afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat deze auto geparkeerd?
      6. Ken jij deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen als ik wil naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school? ?
      3. Wanneer heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6.Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Welke datum heb jij de afspraak met jou dokter?
      4. Welke kleur is van de nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Hoe ken jij deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op Welke datum heb jij je afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen als ik wil naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school? ?
      3. Wanneer heb jij de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6.Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb jij een afspraak?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1.Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2.Hoe laat begint de school?
      3.Op Welke datum heb jij je afspraak met de dokter?
      4.Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5.Waar staat jouw auto?
      6.Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Welke datum heb je de afspraak met de dokter?
      4. Wat kleur is jouw nieuw broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Wanneer hebben wij een afspraak?
      4. Welke kleur is de broek?
      5. Waar staat deze auto?
      6. wie is de vrouw?

    • 1. Welke bus halte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw nieuwe auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis gaan?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Welke halte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum is de afspraak?
      4. Welke kleur heeft de broek?
      5. Waar is de auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar mag ik uitstoppen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner is de afspraak?
      4. Wat kleur is de broek?
      5. Waar is de auto?
      6. Kent u deze vrouw?

    • 1. Welke halte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op Welke datum heb jij je afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Welke halte is het ziekenhuis?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?/Welke halte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer/Welke dag/ Op welke datum is de afspraak van mijn vrind met de doctor?
      4. Wat is de kleur van jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto? Waar is de auto van mijn vrind.
      6. Wie is ze?

    • 1. Welke halte is het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Waneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur heeft jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanner is de afspraak van jouw dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is Zij?

    • 1. Welke bushalte is voor het ziekenhuis?
      2. Op hoe laat de school begint?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen op ziekenhuis?
      2. Wanneer zal de school beginnen?
      3. Op welke datum heeft jij de afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur van een nieuwe broek heeft je gekocht?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is de vrouw die je haar begroet?

    • Welke halt is het ziekenhuis?Hoe laat begint de school?
      Welke datum is vandaag?
      Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      Waar is jouw auto?
      Wie is har?

    • 1. Welke bushalte is in de buurt van het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb je je afspraak met de dokter?
      4. Wat is het kleur van je nieuwe broek?
      5. Waar is je auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar moet ik uitstappen naar het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur van jouw nieuw broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1.Welke halte is het ziekenhuis?
      2.Hoe laat begint de school?
      3.Wanneer heb je de afspraak met de dokter?
      4.Wat is het kleur van jouw nieuwe broek?
      5.Waar is jouw auto?
      6.Wie is deze vrouw?

    • 1. Welke station stap ik uit voor het ziekenhuis?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Waar stap ik uit voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is de afspraak van uw arts?
      4. Wat is de kleur van je nieuwe broek?
      5. Waar is uw auto?
      6. 6. Wie is zij?

    • 1. Welke station stap ik uit voor het ziekenhuis?
      2. Wanneer begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Welke station mag ik uitstappen?
      2.Wanner begint de school?
      3.Wanneer heb jij een afspraak met de dokter?
      4.Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6.Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Op welke datum heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1. Hoeveel stoppen tot het ziekenhuis?
      2. Hoelaat begint de school?
      3. Waneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Wat is de kleur van jouw broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1.Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2.Wanneer begint de school?
      3.Waneer heb jouw een afspraak met de dokter?
      4.Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5.Waar staat jouw auto?
      6.Wie is deze vrouw?

    • 1. Welke halte is het voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur van jouw nieuw broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is zij?

    • 1.Waar moet ik uitstappen?
      2.Hoe laat begint de school?
      3.Waneer heb jouw een afspraak met de dokter?
      4.Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5.Waar staat jouw auto?
      6.Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen voor het ziekenhuis?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer is jouw afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar is jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Ik ga naar het ziekenhuis. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school.
      3. Wanneer heb je een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is die vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen? Ik wil naar het ziekenhuis gaan.
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb je een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe broek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

    • 1. Waar moet ik uitstappen?
      2. Hoe laat begint de school?
      3. Wanneer heb jij een afspraak met de dokter?
      4. Welke kleur is jouw nieuwe boek?
      5. Waar staat jouw auto?
      6. Wie is deze vrouw?

  • Load More Posts